DIERENARTSENPRAKTIJK BLADEL-HAPERT
            7 dagen in de week 24 uur per dag tot uw dienst

ANTIBIOTICUMRESISTENTIE BIJ BACTERIňN.

Strikt genomen wordt er bij antibiotica een onderscheid gemaakt tussen 2 hoofdgroepen: 
De chemotherapeutica: Dit zijn stoffen door mensen in laboratoria gemaakt. De meest bekende groep zijn de sulfa's, die o.a. in Duoprim en Dofatrim zitten.
De "echte" antibiotica zijn stoffen die in principe door schimmels gemaakt worden. Om een antibioticum te verbeteren wordt er soms nog wat aan gesleuteld. Zo is uit penicilline ampicilline gemaakt, dat een bredere werking heeft.
Het volgende verhaal gaat op voor beide groepen.
In de natuur zijn schimmels en bacteriŽn concurrenten van elkaar: Ze leven vaak op dezelfde voedingsbodem. Om zelf goed te kunnen groeien ten koste van de  bacteriŽn, vormen schimmels gifstoffen (toxines) die de bacteriŽn in hun ontwikkeling belemmeren of zelfs doden.
Begin vorige eeuw ontdekte de onderzoeker Fleming in zijn laboratorium hoe schimmels bacteriegroei belemmerden. Dit was het begin van een nieuw tijdperk in de geneeskunde, nl. de behandeling van infectieziekten met antibiotica.


De natuur zou nu de natuur niet zijn als de bacteriŽn daar niet iets op gevonden hadden: Ongevoeligheid oftewel resistentie.
Een bacterie kan van nature ongevoelig zijn voor een antibioticum. Zo heeft penicilline geen effect op b.v de Salmonella, terwijl een Streptokok direct het loodje legt.
BacteriŽn kunnen hun ongevoeligheid ook verkrijgen: Als een antibioticum vaak en/of aan een te lage dosering  en/of te kort gebruikt wordt kunnen er in een groep bacteriŽn soorten ontstaan die door een mutatie ongevoelig geworden zijn, a.h.w. door gewenning. De bacteriŽn die gevoelig bleven voor het antibioticum raken in het nadeel, terwijl hun ongevoelige soortgenoten, de mutanten, zich onbeperkt vermeerderen. Door dit proces van natuurlijke selectie blijft uiteindelijk de resistente bacteriesoort over. 
Het mag duidelijk zijn dat dit een beroerde situatie is, zeker als het de bacterie lukt om voor steeds meer antibiotica resistent te worden. Een berucht voorbeeld is de M.R.S.A., de "ziekenhuisbacterie", die praktisch nergens meer gevoelig voor  is.
En het kan nog sterker; met name de bacteriŽn die in de darm leven hebben die mogelijkheid: Zij kunnen pakketjes DNA aanmaken waar de informatie op staat hoe je resistent kunt worden. Deze pakketjes DNA kunnen ze ook uitdelen aan bacteriŽn die niet verwant zijn: Op deze manier spreidt de resistentie vele malen sneller, nl. naar de eigen nakomelingen en naar toevallige passanten. Zo kan de E.coli snel ongevoeligheid doorgeven aan de Salmonella. 

De meeste antibiotica zijn in principe ook giftig voor mens en dier. Bij de voorgeschreven dosering echter is van dat risico geen sprake meer. Gevolg van deze lagere dosering is dat de bacteriŽn niet meteen het loodje leggen. Verder heb je ook soorten antibiotica die bacteriŽn niet doden, maar enkel versuffen, zodat het afweersysteem van de patiŽnt ze kan liquideren.  Om de bacteriŽn te kunnen uitschakelen moet je dus een voldoende lange kuur volgen. Het is heel belangrijk om een kuur goed af te maken: Om de huidige ziekte te bestrijden, maar ook om op langere termijn de kans op resistentie te verkleinen. Het gebrek aan deze "therapie-trouw" bij mensen is een belangrijke oorzaak van resistentieproblemen !
Op dit moment is een nieuwe generatie antibiotica op aan het komen. Ze zijn verwant aan Baytril. Deze antibiotica zijn zo veilig voor mens en dier dat ze in een hele hoge dosis toegediend kunnen worden. In 1 of 2 behandelingen zijn alle schadelijke bacteriŽn gedood. Doordat de kuur zo kort en hevig is, is het risico voor resistentie-ontwikkeling reuze klein. We gaan hier ongetwijfeld meer van horen.

 

In de diergeneeskunde zijn er ook risico's voor resistentie-ontwikkeling. Onvoldoende lang kuren is ook daar een risico. 
Het eindeloos lang door gaan met (lagere) preventieve doseringen is eveneens onverstandig. In de moderne veehouderij kun je niet om antibiotica heen, maar probeert men door een goede bedrijfsvoering en vaccinaties in ieder geval tot een wijs en beperkt  gebruik te komen.
Bij consumptiedieren zou een consument door het eten van vlees antibiotica binnen kunnen krijgen in hele lage doseringen. De regelgeving zorgt ervoor dat dat niet kan: De veehouder moet zich aan wachttijden houden: Voor de slacht of het melken mag een dier zekere tijd niet behandeld worden, zodat het dier zich vrij kan maken van de antibiotica. Bovendien wordt er op gecontroleerd in het slachthuis en de melkfabriek.
Een ander typisch diergeneeskundig probleem zijn de groeibevorderaars in diervoeders: Dit zijn antibiotica aan voer toegevoegd, die de darmbacteriŽn zo beÔnvloeden dat de spijsvertering beter verloopt. Een dier groeit zo beter en gebruikt z'n voer efficiŽnter:  Dit is goed voor de financiŽn en het milieu. De meeste groeibevorderaars worden laag gedoseerd en zijn bovendien vaak verwant aan soorten antibiotica die bij mensen alleen in uiterste nood gebruikt worden.  Resistentie-ontwikkeling tegen deze antibiotica is dan ook erg ongewenst. Om deze reden worden binnenkort alle groeibevorderaars verboden. We zullen dan bepaalde ziektes, zoals PIA, weer wat vaker tegenkomen en er zal dus weer meer behandeld moeten worden. De behandeling zal echter gebeuren met antibiotica uit de veilige hoek en in de hogere behandelende dosering.
Door het omgaan met vlees en andere dierlijke producten kan een mens zich besmetten met bacteriŽn uit die producten en mogelijk ook resistente soorten. 
Hoe groot die risico's werkelijk zijn is nog in onderzoek: Op dit moment spreken de onderzoeken naar de rol van diergeneeskunde in de resistentieproblemen bij de mens elkaar nogal eens tegen. Het krijgt de volledige aandacht van wetenschap en overheid en er wordt op zeker gespeeld: Voedselveiligheid is immers "hot".
Voor de zekerheid is een goede hygiŽne bij de voedselbereiding en voldoende verhitten altijd nuttig en mogelijk niet alleen van belang voor het voorkomen van voedselvergiftiging.

Voor de langere termijn moet iedereen verstandig met antibiotica omgaan, zowel voor eigen gebruik als bij gebruik van onze huisdieren. De veehouder van nu neemt zijn verantwoordelijkheid serieus op en beperkt het antibioticumgebruik op z'n bedrijf zoveel mogelijk en houdt lange wachttijden aan.

Terug naar begin pagina