DIERENARTSENPRAKTIJK BLADEL-HAPERT
            7 dagen in de week 24 uur per dag tot uw dienst

  AFWIJKEND PLASGEDRAG BIJ KATTEN

Normaal gezien is een kat goed zindelijk en doet z'n behoeften op een kattenbak of buiten. Dit gedrag wordt door de moederpoes aangeleerd. 
Plasproblemen zien we vaker bij katers dan bij poezen.
Abnormaal plasgedrag dat onze aandacht behoeft is: Niet kunnen plassen/vaak en of moeizaam plassen, buiten de bak plassen en sproeien als een kater.

Moeilijk of niet kunnen plassen.

Blaasontsteking komt regelmatig voor en uit zich door vaak en met kleine beetjes te plassen. U zult vaak intensief gegraaf horen in de kattenbak en de kat zal met een "moeilijk gezicht" op de bak zitten. Soms treft u in de bak een klein, bloederig plasje aan. Katten met blaasontsteking hebben ook de neiging om op vreemde plaatsen te gaan plassen, net alsof ze ons hun probleem onder de aandacht willen brengen.
Blaasontsteking wordt zelden door bacteriŰn veroorzaakt (10% van de gevallen). 

Blaassteen (zie pijl)

In een derde van de gevallen spelen blaasstenen of blaasgruis (kleine kristalletjes) een rol: De blaaswand raakt ge´rriteerd en de kat heeft voortdurend het gevoel dat ie moet plassen. Bij katers is de urinebuis trechtervormig en vaak lopen de steentjes daarin vast: Plots kunnen ze niet meer plassen, hebben veel pijn door de sterk overvulde blaas en omdat de bloedzuivering door de nieren stagneert worden ze snel doodziek. Dit is levensbedreigend en dus een absoluut spoedgeval!!!. Hoewel de meningen van de wetenschappers verdeeld zijn lijkt het risico voor blaasgruis hoger te zijn bij jong gecastreerde katers in combinatie met zwaarlijvigheid. Wij adviseren vooralsnog katers te castreren tussen 8 en 12 maanden, afhankelijk van het opkomen van het katergedrag.
Meer dan de helft van de gevallen van blaasontsteking heeft niet een duidelijke oorzaak. Deze vorm  wordt "ideopathisch" genoemd. De kat heeft steeds terugkerende klachten van blaasontsteking zonder dat de oorzaak gevonden wordt. Wetenschappelijk onderzoek laat  zien dat een beschermlaag in de blaaswand wegvalt, waarna die ge´rriteerd raakt door de urine. De (moeizame) behandeling is erop gericht om die laag weer te herstellen.

Katten kunnen ook door psychische oorzaken weigeren te plassen. Door stress knijpt de urineleider samen en wordt plassen onmogelijk. Net als bij blaasverstopping door steentjes kan dit levensbedreigend worden. (Zie verderop).

BUITEN DE BAK PLASSEN EN SPROEIEN.

Buiten de bak plassen kan door blaasontsteking komen, maar kan er ook op wijzen dat de kat psychisch niet goed in z'n vel zit.
Het kan zijn dat de kattenbak hem niet aan staat: Korrels met geur, bak onvoldoende schoon gemaakt, kattenbak met dak erop, de plaats van de bak bevalt niet.
Ook als er meer katten in huis zijn kan een kat gestresst raken door de onderlinge sociale verhoudingen. Een huiskat is immers van nature een eenling. Meer bakken plaatsen kan dan een oplossing zijn.
Ook veranderingen binnen het gezin of problemen met buurtkatten om het huis kan het plasgedrag be´nvloeden! 
Het meer ophouden van het plassen kan tot blaasontsteking leiden. In het uiterste geval kan een kat zo van streek raken dat door een kramp van de urineleider plassen onmogelijk wordt. Snel optreden is dan belangrijk, want de normale bloedzuivering stagneert en als de blaas te lang overvuld is kan hij achteraf verlamd raken of zelfs scheuren.

Sproeien is normaal katergedrag om het territorium af te bakenen. De kater gaat met z'n achterste naar een voorwerp staan, de staart gaat trillend loodrecht omhoog , hij trappelt op z'n achterpootjes en sproeit een straaltje urine met de bekende fijne geur.
Dit gedrag wordt aangestuurd door de mannelijke hormonen, maar kan op een gegeven moment ook gewoon gedrag worden, uiterst onwenselijk in huis.
Jonge katers die dit beginnen te doen moeten z.s.m. gecastreerd worden. Bij fokkaters kan het gedrag gestuurd worden met de kattenpil. Dit leidt wel tot tijdelijk verminderde vruchtbaarheid.
Helaas kunnen ook gecastreerde katers en gesteriliseerde poezen (weer) gaan sproeien. O.a. door overdreven territoriumgedrag in meerkattenhuishoudens of door de aanwezigheid van vreemde katers rond het huis. Ook kan de aanwezigheid van een krolse poes de weggesneden lusten weer opwekken.

Als plasproblemen uiting zijn van gedragsproblematiek, dan kan naast het doorvoeren van veranderingen in de omgeving ook het gebruik van kattenferomonen helpen. Deze feromonen zijn geurstoffen die de kat tegen voorwerpen wrijft bij het kopjes geven. Wij ruiken ze niet, maar de kat wel en het geeft ze een veilig, huiselijk gevoel. Deze feromonen zijn verkrijgbaar in sprayflacons of als verdampers voor in een stopcontact (Feliway«). Het effect is weliswaar wat wisselend, maar de moeite van het proberen waard.

Terug naar begin pagina